Zonsopgang bij Angkor Wat

“Heeft u niet kleiner?” De verkoper kijkt me verontschuldigend aan. Daar sta ik weer. Met een briefje van 20 dollar. Het is in Cambodja alleen mogelijk om Amerikaanse dollars te pinnen. En dan meteen naar de bank te gaan om de briefjes kleiner te maken of – nog beter – om te wisselen naar de nationale munt, de Riel. Het arme land heeft zijn munteenheid met een vaste wisselkoers aan de dollar gekoppeld; 4.000 Riel is altijd één dollar.

Het is verzengend heet in Siem Reap. Het is de uitvalsbasis voor het nabijgelegen Angkor Wat. De wereldberoemde tempels zijn de trots van Cambodja. Na de val van de Rode Khmer staat het silhouet van de belangrijkste tempel prominent op de vlag. Het nationale bier heet zelfs Angkor, met als slogan “My Country, My Beer”.

Eerlijk gezegd ben ik wel weer toe aan een beetje positieve historie. Na de kille efficiëntie van de Tuol Sleng gevangenis en de Killing Fields bij Pnomh Penh, met daarna een bezoek aan de Killing Cave in Battambang, heb ik wel een goed beeld bij Cambodja’s duistere periode, waarin de Rode Khmer aan het roer stonden. Maar hoe staat het met de oudere cultuur van Cambodja, met de oude hoofdstad van de Khmer?

’s Morgens om 4.00 uur sta ik op, eet snel een Oreo en maak dat ik beneden kom, waar de tuktuk chauffeur zit die mij de hele dag gaat rondrijden. Ik wil de eerste dag in de vroege ochtend meteen de hoogtepunten zien, hopend dat ik de meest beroemde tempels in relatieve rust kan bekijken. Bij het eerste checkpoint moet ik een pas kopen. Er wordt met een soort grote webcam een pasfoto gemaakt en die krijg ik meteen mee. Goed bewaren dus, want ik kan voor 40 euro drie dagen het terrein op. “Het terrein” is overigens geen omheind gebied; langs de geasfalteerde wegen staan checkpoints die jou om een pas kunnen vragen ter controle.

Ik ben uiteraard niet de enige die de grootste tempel van Angkor bij zonsopgang wil zien. Toeristen verdringen elkaar voor een foto met het beroemde silhouet dat zich tegen de blauw-oranje lucht aftekent. Ik pak mijn camera, niet alleen voor een foto van de tempel, maar ook van de menigte die bij de rand van het water een totaalshot van de tempel probeert te nemen. Liefst met z’n tweeën.
Wanneer ik door de viewfinder kijk en scherpstel, kan ik mijn ogen niet geloven. Ik ben duizenden kilometers van huis, sta om 05.30 uur in de ochtend voor een van de wereldwonderen en er staat juist nu een enorme steiger tegenaan. Het ontsierende ding is voorzien van groene netten, die deze onnatuurlijke toevoeging nog even lekker extra laten opvallen.

Wanneer de zon hoger aan de hemel staat en er niet meer gesproken kan worden van “opgang” maar gewoon “zon”, loopt een groot deel van de menigte weg. Dit lijkt mij juist het moment om naar binnen te gaan. Het is hier nog aardig rustig, maar naarmate de dag vordert wordt het druk. Als de chauffeur stopt in Bayon, de tempel met de gezichten, is er net een touringcar met Amerikanen neergestreken. Dat neemt toch wel een beetje de magie van de plek weg.

Daar staat dan weer tegenover dat er ook tempels zijn die je bijna voor jezelf hebt. Deze zijn wat minder speciaal, wat minder goed onderhouden of misschien wat verder weg. Maar het gevoel dat je even Indiana Jones bent, is dan veel groter. Dit was vooral het geval bij Kbal Spean; deze bestemming is geen tempel maar een rivierbedding met sculpturen. Het is een rit van anderhalf uur met de tuktuk en dan nog een klim van een paar kilometer. De reis is indrukwekkender dan de rivierbedding waar je voor komt, maar het is een pracht van een rit door het platteland en tijdens de korte jungletocht kom je wolken vol tamme vlinders tegen, gekke salamanders, wild groeiende bomen en prachtige uitzichten.

Het loont de moeite om, voordat je naar Angkor vertrekt, even stil te staan bij wat je er precies van verwacht. Het complex is namelijk enorm, je kunt er een pas voor één, of zeven dagen voor kopen en geloof me; je kunt er ook makkelijk zeven dagen zijn zonder een tempel twee keer te bezoeken. Het ligt er echter aan, hoe zeer je geïnteresseerd bent in oude ruïnes. Want ook al zijn veel gebouwen de moeite waard om te bezoeken, na een paar tempels beginnen ze toch wel erg op elkaar te lijken. Een pas voor één dag is 20 dollar, drie dagen 40 dollar. Ben je gek op de kleine details zoals fijn beeldhouwwerk, dan is een bezoek aan de meest afgelegen tempels een grote aanrader.

Op de markt pakt de verkoper mijn briefje van 20 aan. “Just a moment”. Met mijn briefje verdwijnt hij tussen de kraampjes. Ik zie hem druk praten en gebaren naar andere kooplui en klanten op de markt. Uiteindelijk komen er uit vier verschillende stapels bankbiljetten 18 losse dollars tevoorschijn.

Bron: Aziatischetijger.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: