Tropisch reizen voor beginners

Je hoeft geen Indiana Jones te zijn om tropisch te reizen. Een busreis door Thailand is perfect voor wie wel tempels en jungle wil, maar geen avontuur.

En nu wordt ze platgereden, denk ik wanneer onze Thaise gids Jenny midden op een drukke Bangkokse viervaksbaan voor een aanstormende taxi gaat staan, gewapend met een geel petje dat ze afwerend voor zich uitsteekt. De auto stopt. De chauffeur kijkt zelfs nauwelijks op, alsof hij wel vaker een stoet fietsende Belgen moet laten oversteken. Ik weet niet of mijn gezelschap even sterk onder de indruk is als ik, maar ik heb geen tijd om te kijken, want Jenny is alweer vertrokken en ik wil niet degene zijn die hier vandaag de hele avondspits doet vastlopen.

Dan wordt het parcours schilderachtiger: Chinatown, waar keuvelende, winkelende en etende Chinezen de onmogelijk smalle straatjes versperren, met overal soepkraampjes en rood-goud gekleurde tempels waar we even stoppen en wierook branden (brengt geluk, zegt Jenny), een gong laten klinken (voor geluk in de liefde) en opletten dat we bij het binnengaan niet op de drempel stappen (ongeluk!). Met een wel erg schilderachtig wiebelend veerbootje steken we de rivier Chao Phraya over, naar een Thaise volksbuurt met opnieuw soepkraampjes, barbecuekraampjes, overal vriendelijk wuivende kinderen en hier en daar een gedemonteerde automotor in de goot. Het fietstochtje is mijn eerste kennismaking met Thailand, de andere fietsers mijn gezelschap voor de komende tien dagen. Bangkok is maar een opwarmertje, want straks vliegen we naar het noorden van het land, waarna we met een busje stad per stad, bezienswaardigheid per bezienswaardigheid, weer naar het zuiden trekken, onder het motto ‘het is donderdag, dus dit moet de tempel van Doi Suthep zijn’.

Uitgesneden olifantjes
Thailand is tropisch reizen voor beginners.
Exotisch genoeg, maar met goede wegen, luchthavens en hotels. Iedereen lijkt er in de toeristische sector te werken en wil jou helpen, al heeft hij geen idee wat je wilt. En altijd met een vrolijke glimlach, zoals de douanier die op de luchthaven mijn pas controleerde, met het grapje: You look like broccoli, sir. Welkom in Thailand. Volgens mijn Lonely Planet zijn de meeste andere Thai beleefd en afstandelijk.
Een georganiseerde groepsreis in Thailand is al helemaal tropisch reizen voor beginners: tien dagen lang niet eens je eigen valies dragen, een vaste plek in een busje vol landgenoten, een gids die vloeiend Engels spreekt en een chauffeur die bij het begin van elke rit iedereen een verfrissend doekje en een gekoeld flesje water geeft. Onze gids stelt zich voor als James., James Bond. ‘James, zoáls James Bond?’ Nee, zijn westerse naam ís James Bond en wij mogen James zeggen. James is veertiger, ingenieur van opleiding, fan van Boney M en, zoals alle Thai, van koning Bhumibol. Hij vertelt trots hoe Thailand het welvarendste land uit de regio is, nooit gekoloniseerd werd en door buurland Laos als een grote broer beschouwd wordt.

De bus vol Belgen is pas echt onder de indruk wanneer hij staand in het gangpad met tranen in de ogen de nationale hymne zingt. Het noorden van Thailand heet erg arm te zijn, en dat zal wel opgaan voor het platteland, maar Chiang Mai, de grootste stad in het noorden, ziet er welvarender, properder en rustiger uit dan Bangkok. Of het moet zijn dat James de arme, vieze, hectische stukken links laat liggen. Kan best, want we volgen een strak schema: geen tijd voor de oude stadsmuren, het historische centrum, of de dierentuin (met panda’s!), wel voor de tempel op de berg en een ‘artisanale site’ met een kleermaker, houtsnijwerk, jade en een juwelenfabriek. Ik kan mij moeilijk van de indruk ontdoen dat James profijt haalt uit dat laatste bezoek, maar so what? Al heb ik niet meteen een zijden maatpak nodig (klaar in één dag), wie wil er nu geen mooi uitgesneden olifantje als souvenir?

Mahut voor het leven
De tempel op de berg, Wat Phrathat Doi Suthep, is de eerste boeddhistische tempel die ik in mijn leven bezoek. Boeddhistische tempels hebben iets voor op Europese kathedralen: er gebeurt al eens wat. De toeristen schuiven aan voor een toegangskaartje, terwijl de Thai bloemen, kaarsjes en wierook aanslepen uit de tempelkraampjes. Jezus zou er opvliegend van worden, boeddha vindt het allemaal oké. Eenmaal binnen lopen de bedevaarders evengoed als de toeristen foto’s te maken van de tientallen uitgestalde boeddha’s, terwijl wij van James, als we dat willen, ook wierook mogen branden, bidden, of ons laten zegenen door een heilige man in een hokje. Je hoeft geen spirituele dweper te zijn om dit geweldig te vinden, voor een half dagje. Langer krijgen we toch niet. Morgen is het vrijdag en gaan we op olifanten rijden.

James heeft ons in de bus naar het olifantenkamp al uren onderhouden over de Aziatische olifant, de vrachtwagen, bosmaaier en bulldozer van vroeger, die nu lelijk in de verdrukking raakt. Wilde olifanten zijn er in Thailand bijna niet meer en de tamme raken stilaan hun werk kwijt, net als hun begeleiders, de mahut. Mahut zijn is een carrière voor het leven: elke olifant één mahut, die de klok rond bij zijn olifant blijft, tot één van de twee sterft. Het duurt lange jaren eer een olifant iets nuttigs kan, maar een volleerde olifant en zijn mahut zijn een niet te kloppen ontbossingsmachine, gemakkelijk vier, vijf decennia aan een stuk. Ze zijn zo doeltreffend, dat ze zichzelf alvast in Thailand stilaan overbodig hebben gemaakt. Nog een geluk dat er toeristen zijn, voor wier vermaak de olifanten nu leren voetballen, slurfharmonica spelen en kunstschilderen.

Ik dacht dat we zoals mahut op een olifant zouden mogen rijden, in de nek, met je voeten achter zijn oren, maar voor ons toertje rond het kamp moeten we per twee in een bakje op zijn rug. Eens we een paar meter hoog op onze olifant zitten, begrijp ik dat dat zonder noemenswaardige voorbereiding het hoogst haalbare is, maar het voelt toch een beetje als een ritje op een kindermolen. Als James geen ingenieur was geweest, was hij zeker historicus geworden. Een geschiedenisleraar van de oude stempel, geen pedagogische nieuwlichterij voor James. Omdat we zowat elke nacht in een andere stad slapen, zitten we overdag meestal uren in de bus en James maakt van die tijd gebruik om bijna acht eeuwen Thaise geschiedenis te vertellen. Ik onthoud dat de geschiedenis van Thailand net zoals onze busreis stroomafwaarts langs de Chao Phraya verloopt. Eerst was er Sukhothai, in de veertiende eeuw overschaduwd en ingelijfd door het zuidelijker Ayutthaya, dat in de achttiende eeuw werd platgegooid door de Birmezen. Daarna was er een paar jaar chaos, even een interimhoofdstad en dan Bangkok.

Thaise massage
De ruïnes van de opeenvolgende Thaise ex-hoofdsteden zijn telkens een verademing na de hoorcolleges in de ge-airconditionede bus: een fietstochtje bij valavond en foto’s van boeddha’s in tegenlicht. In Ayutthaya valt het op dat de beelden bijna allemaal onthoofd zijn. ‘Die Birmezen hebben hier lelijk huisgehouden’, merk ik pienter op. James is blij dat er toch iemand heeft opgelet, maar verbetert mij hoffelijk, de meeste beelden zijn vernield ná de Birmese inval, door Thai die de hoofden hebben verkocht. Omdat je op zo’n busreis maar weinig contact hebt met echte Thai, hebben we een special request voor James: we willen naar een echt Thais massagesalon. Ergens waar een Thai ook zou gaan. Lekker authentiek. ‘Het lijkt wel een Afrikaans bordeel’, zegt een ervaren reisgenoot, wanneer we in de schemerige inkom staan. We moeten per twee in een kaal kamertje wachten op de masseuses. Er liggen twee matjes en twee zijden pyjama’s, die vermoedelijk voor ons zijn. James is niet mee om te tolken, dus echt zeker weten we dat niet. Goed gegokt: de masseuses kijken niet verbaasd naar ons plunje, maar gaan vriendelijk glimlachend aan het werk. Onder gekreun en gedempte kreten die van overal uit het gebouw lijken te komen, worden we geplooid, gekraakt en afgerammeld door twee kleine vrouwtjes. Het ontspant wel, tot de kerel naast mij, een Waal van middelbare leeftijd, giechelend en fluisterend een conversatie aanknoopt met de masseuse. Geen idee in welke taal. De resterende minuten lig ik gegeneerd te hopen dat het gerucht over Thaise massages met vrolijke afloop niet echt waar is.

Het échte Thailand
In dat massagesalon neem ik me voor voortaan braaf het door James uitgestippelde pad te volgen. Het leidt ons langs twee orchideeënkwekerijen, een palmolieplantage, een opvangcentrum voor Cambodjaanse olifanten die op een landmijn zijn gestapt, een drijvende markt en het voormalige zomerpaleis van de koninklijke familie. Vooral de drijvende markt is een fantastisch idee, een beetje zoals gondelvaren in een Zuidoost-Aziatisch Venetië, maar dan met drijvende eetkraampjes en souvenirwinkels. We eindigen de reis met twee dagen strandvakantie in de koninklijke badplaats Hua Hin, waar ik een laatste keer van de gebaande paden afwijk. Terwijl mijn reisgenoten frieten eten langs het zwembad, ga ik de stad in. Zelf eten zoeken. Thais eten. Waar zou James eten? Of de chauffeur? Die laatste zwaait vriendelijk als ik langs de parking van het hotel naar buiten stap. Die leeft in zijn bus, dat is duidelijk. In de eerste straat waar ik doorheen loop, bijna in de schaduw van ons hotel, zijn geen restaurants, enkel bars en bordelen, waar ’s middags nog maar weinig te beleven is. Er zit alleen een groep ladyboys luidruchtig te kaarten. In de volgende straat staan een soepkraampje en enkele motortaxi’s. Het echte Thailand! Ik kies een tafeltje in een sympathiek ogend restaurant, genaamd Moon Smile, en bestel groene curry met rundsreepjes. Op de stereo klinkt een instrumentale versie van Pepita mi Corazon. Als dessert neem ik kleefrijst met mango, net zoals de twee Deense vrouwen een tafeltje verderop. Exotisch reizen gaat mij wel af, ik voel me stilaan geen beginner meer.

Bron: nieuwsblad.be

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: