Nok Air vliegt nu ook naar Chiang Rai

 

Nok Air start op 28 december met vluchten van en naar Chiang Rai in het verre noorden van Thailand. Er zal tweemaal daags gevlogen worden met een B737-400 (168 stoelen).

Er zijn inmiddels vijf binnenlandse luchtvaartmaatschappijen die op Chiang Rai vliegen:

Thai Airways International (dagelijks 3x).
Thai AirAsia (dagelijks 3x).
Orient Thai Airlines (2x per dag vanaf 23 december).
Kan Air (vanaf Chiang Mai, twee keer per week).
Nok Mini.
De Nok Air vluchten vertrekken vanaf Bangkok (vanaf Suvarnabhumi Airport) om 09.20 uur en 15.25 uur. Retour vanaf Chiang Rai om 11.05 uur en 17.10 uur. De vlucht duurt 75 minuten.

Goedkope vliegtickets
Op dit kan je bij Nok Air voor 14 routes een vliegticket boeken voor de promotieprijs van 1.290 Baht, inclusief de nieuwe Bangkok-Chiang Rai route. Dit one-way tarief is beschikbaar voor boekingen tot en met 26 december, reizen kan tot 24 maart volgend jaar.

Nok Air blijft vooralsnog opereren vanuit Suvarnabhumi Airport.

Bron: Thailandblog.nl

Combineer de toppers van Thailand

 

Sinds een paar weken kan je vanuit Brussel voor het eerst rechtstreeks naar Thailand. Zowel voor een zonovergoten strandvakantie als een rondreis zit je hier goed. Nog beter: combineer de twee. Dit zijn de hoogtepunten van dit veelzijdige land

De watersnood die de Thaise hoofdstad Bangkok enkele weken geleden trof, is bedwongen. De toeristische streken en eilanden, zoals Phuket of Koh Samui, bleven gespaard.

De meeste toeristen beginnen hun rondreis in Bangkok en beeïndigen hun vakantie met een paar dagen strand op het eiland Phuket. Naar beide bestemmingen kan je voortaan vanuit Brussel rechtstreeks vliegen met Thai Airways en Jetairfly.

Vanuit Bangkok sta je na een uurtje met Bangkok Airways in Chiang Mai, een jonge universiteitsstad vol leven. Dé dagelijkse attractie is de avondmarkt: Thaise families en toeristen verdringen zich hier tussen de duizenden kraampjes met kledij, gadgets, souvenirs en prullaria, maar vooral met lokale lekkernijen die er à la minute worden bereid.
Spotgoedkoop en supervers!

In het oude centrum vind je de meeste guesthouses en een paar kleine boetiekhotels. De grotere luxehotels liggen een eindje buiten het centrum langs de rivier Ping.

Chiang Mai is 45 keer kleiner dan Bangkok, en toch telt de stad méér tempels. Het is heerlijk om je in een fietsriksja te laten rondrijden van de ene naar de andere tempel en te genieten van de serene sfeer. ‘s Ochtends en ‘s avonds om zes uur kan je in de meeste tempels naar de zingende monniken luisteren.

Op elke straathoek van Chiang Mai kan je een voet- of lichaamsmassage laten doen. Voor amper 10 euro neemt een masseur of masseuse je een uur lang grondig onder handen: niet altijd even zachtzinnig, maar wel ontspannend en efficiënt.

Vanuit Chiang Mai kan je doorsteken naar het uiterste noorden van Thailand, zo’n 200 km over de weg. Chiang Rai is vooral een uitvalsbasis voor een bezoek aan de Gouden Driehoek, het gebied waar Thailand, Laos en Myanmar bij elkaar komen en dat berucht was om de opiumteelt.

Mae Salong is een plaats die 18 jaar geleden amper bereikbaar was met de auto. Het stadje ligt op de grens van Birma, dat om precies te zijn één berg verder ligt. Hier wonen voornamelijk Chinese ex-leden van de rebellengroepering Kwomintang, die in de jaren 40 tegen Mao streden. Bij elke rondreis in Noord-Thailand hoort een bezoek aan de bergstammen die een geheel eigen cultuur en leefgewoonten hebben weten te behouden, zoals de Padaung, die bekend staan om hun door ringen uitgerekte nekken.

Wie na een weekje rondtrekken wil uitblazen, heeft keuze te over. Het zuiden van Thailand staat voor velen gelijk met de bekende eilanden Phuket of Koh Samui, maar voor wie niet op één plek wil blijven, is er een veel interessantere manier om het zuiden te verkennen: eilandhoppen.

Krabi
Krabi heeft een unieke ligging aan de oogverblindend mooie baai van Phang Nga, die door Unesco tot werelderfgoed werd uitgeroepen. Meestal wordt met Krabi dan ook het handvol beeldschone stranden bedoeld, waarvan Ao Nang het bekendste en meest ontwikkelde is. Het ligt 18 km van Krabi en met een songthaew, een typische Thaise taxi, ben je er zo. Het kilometerslange familiestrand Hat Noppharat Thara ligt binnen een natuurpark waarvan ook het eiland Koh Phi Phi deel uitmaakt. Aan de zuidkant gaat het naadloos over in Ao Nang, dat met zijn witte zandstrand afgezoomd met vele hotelresorts, barretjes, restaurants en winkels voor veel mensen eigenlijk hét Krabi is.

Nog zuidelijker wordt het pas echt interessant: de stranden Hat Tham en Rai Lei kan je alleen bereiken per longtail, zo’n schitterende houten prauw met een hoge boeg waaraan de Thaise zeelui een bloemenslinger vastbinden. Het allermooiste strandje van Krabi bevindt zich helemaal op de punt van de landtong. Je komt er door vanaf Rai Lei een bootje te huren, of door langs het strand en over de rotsen te klimmen. Koh Phi Phi bevindt zich op anderhalf uur varen met de boot vanaf de pier in Krabi. Dit eilandje werd wereldberoemd door de film The Beach met Leonardo DiCaprio. Avontuurlijke reizigers trekken naar het Than Bokkharani-nationaal park, zo’n 50 km ten noordwesten van Krabi.

Phuket
Maar het grootste deel van de Thailand-reizigers kiest toch voor Phuket, een eiland in het zuiden van het land dat door een lange brug met het vasteland is verbonden. Phuket is zo populair, omdat er vanuit de hele wereld rechtstreeks op wordt gevlogen, sinds eind oktober ook vanuit Brussel met Jetairfly. Phuket is hét preteiland bij uitstek, het grootste van Thailand. Je vindt er uitgestrekte zandstranden, een bruisend nachtleven, winkels, bars en restaurants bij de vleet en eindeloos veel mogelijkheden voor een actieve vakantie: duiken en snorkelen, excursies per zeekano tussen de kalkstenen rotsen in de baai van Phang Nga, een natuursafari per jeep of op de rug van een olifant in het binnenland. Bovendien is ook de keuze aan hotels enorm: van vijfsterrenparadijzen tot eenvoudige bed & breakfasts. De grootste concentratie aan hotels ligt in de buurt van hoofdstad Patong en Patong Beach.

Racha-eilanden
Hoe verder je weggaat van Patong Beach, hoe mooier de natuur en de stranden worden. Op 20 km varen ten zuiden van Phuket ligt de nog relatief onbekende eilandengroep de Racha’s. Het grootste eiland, Koh Racha Yai, biedt alles wat je mag verwachten van een stukje paradijs op aarde: prachtige baaien, witte zandstranden, wuivende kokospalmen en een helderblauwe zee, met prachtige koraalriffen. ‘s Nachts staan hier miljoenen sterren aan het firmament. Van alle locaties bij Phuket is het water rond de Racha-eilanden het helderst. Het zand in de U-vormige baai van Ao Tawan Tok is hagelwit en lijkt wel op talkpoeder. Racha Yai is vooral populair als daguitstap of voor duikers en snorkelaars. Je kan er ook verblijven in een paar eenvoudige bungalows en één luxehotel, The Racha. Wie op Racha Yai logeert, zoekt vooral de rust op en wil liever niets weten van de toeristengekte in Patong.

Koh Samui
Na Phuket is Koh Samui een van de populairste eilanden van Thailand. Je vliegt er in een klein uurtje heen vanuit Bangkok of Phuket met Bangkok Airways in een klein uurtje. Dertig jaar geleden was dit een eiland van vissers en plantages met kokospalmen en rubberbomen. Maar dat veranderde toen hotelketens de tropische stranden in het oog kregen. Vissers die een lap strand hadden, werden plots schatrijk. Vandaag is het grootste deel van de 40 km zandstranden op Koh Samui volgebouwd en is het zoeken naar een rustig plekje. Dat is er op Chaweng Beach al lang niet meer. Daar bruist het ‘s avonds van het leven met zijn vele bars en winkels.

Bophut en Choengmon Beach in het noorden zijn rustiger en kleiner, met prachtige witte zandstranden en pittoreske dorpjes. In Bophut runt de Belg Alexander Andries een pracht van een boetiekhotel, Zazen, met bungalows vlak op het strand. Een alternatief voor het drukke Koh Samui is Koh Tao, op anderhalf uurtje varen. Het is vooral bekend bij duikers, maar ook de stranden zijn er wondermooi, zoals Sai Nuan Beach.

Koh Chang
Heel wat minder bekend dan Phuket of Koh Samui is het bergachtige Koh Chang – Olifanteneiland – in het oosten aan de grens met Cambodja. Het op twee na grootste eiland van het land maakt deel uit van een groep van 47 eilandjes die samen een marinepark vormen.

Vooral duikers zijn hier aan het feest. In 2003 begon een Vlaamse rugzakreizigster op Koh Chang met een duikschool. Sindsdien is BB Divers uitgegroeid tot een instituut dat duikers over de hele wereld aantrekt. Maar dit tropische paradijs biedt ook alles wat de ware strandliefhebber zich maar kan wensen: een azuurblauwe zee en witte stranden met poederfijn zand tegen een achtergrond van kokospalmen en bergen bedekt met tropisch regenwoud.

De populairste plaatsen zijn White Sand Beach (Hat Sai Khao), Klong Phrao, Kai Bae en Lonely Beach (Hat Ta Nam). Het toerisme staat er nog in de kinderschoenen. De accommodatie is er dus nog vrij beperkt.

Voorlopig, want de eerste hotelketens zijn hier intussen neergestreken. Naar Koh Chang reis je het best vanuit Bangkok in vier uur met de bus naar de havenstad Trat. Vandaar is het nog een uur varen met de ferry.

Logeren
Chiang Mai: In een rustige buitenwijk van Chiang Mai vind je deze gezellige en betaalbare guesthouse, uitgebaat door een Belgisch gezin. Alle kamers hebben prachtig zicht op de bergen. Kamers vanaf 35 euro. Liam Suan Dok Mai Guesthouse

Krabi: The Tubkaak is een luxe eco-boetiekhotel in een palmenbos, omzoomd door een ongerept strand. Er zijn 42 suites, alle met tropische buitenbadkamer en de meeste met terras. Met spa, met sauna, stoom- en plonsbaden en een outdoor massageruimte. Het ideale honeymoonhotel! 350 euro per kamer per nacht.

Koh Racha: Luxehotel van het kleine eiland ten zuiden van Phuket, met 70 mooie villa’s, zwembad, sunsetrestaurant, wellness met zicht op zee. Vanaf ± 230 euro per nacht met ontbijt.

Koh Samui: Zazen is een Belgisch-Thais boetiekhotel met zowel tuin- als strandbungalows, een uitstekend restaurant en mooie wellness. Charme, rust en kleinschaligheid. Vanaf ± 130 euro per nacht met ontbijt.

Koh Chang: Baan Rim Nam is een eenvoudig maar karaktervol guesthouse aan de monding van de rivier Klong Pra. De drie kamers van dit voormalige vissershuis zijn van hout en bamboe en boven het water gebouwd. Vanaf 65 euro per nacht zonder ontbijt.

Watersnood Bangkok voorbij
Het toerisme ondervond amper hinder van het water en vluchten vanuit ons land zijn al die tijd doorgegaan. Het zou dus zonde zijn om Bangkok links te laten liggen. Een belevenis is van de Suvarnabhumi-luchthaven de skytrain nemen, een metro boven de stad; die je in een halfuurtje tot in het centrum brengt.

In Bangkok kan je voor een paar euro’s per nacht in een net pension slapen of voor enkele honderden euro’s in een chic vijfsterrenhotel. Gloednieuw is het Salil Hotel Sukhumvit. Vanaf ± 40 euro per nacht zonder ontbijt.

Ook bijzonder is The Eugenia, een boetiekhotel dat volgestouwd zit met antiek. Vanaf ± 140 euro per nacht met ontbijt.

Spectaculair is het Baiyoke Sky Hotel, met zijn 304 meter het hoogste gebouw van Thailand, met zwembad en bar op het dak! Vanaf ± 65 euro per nacht met ontbijt.

Eten is een festijn in Bangkok. Proef van de lekkere, pittige keuken aan een goedkoop eetstalletje of in een van de exclusieve The Dome restaurants. Je vindt ze op unieke locaties, vaak hemelhoog, zoals de Lebua Sirocco bar die boven de hoofdstad lijkt te zweven.

Praktisch
ERHEEN:

Met Jetairfly eenmaal per week Brussel-Phuket-Bangkok-Brussel. Met THAI driemaal per week naar Bangkok.

BESTE PERIODE:
Bangkok, Phuket en omgeving beter vanaf december (nadat regenseizoen voorbij is). Koh Chang vanaf november (droog, minst vochtig). Koh Samui vanaf Nieuwjaar (na regenseizoen). Info

DOCUMENTEN:
Internationaal paspoort

Bron: HLN.be

Prachtig uitzicht over Bangkok

Vanaf de Baiyoke Tower II heb je een prachtig uitzicht over Bangkok. Het is het hoogste hotel (met mast) van Zuidoost-Azië.

Het gebouw is 309 meter hoog (met mast 328 m) en heeft ongeveer 85 verdiepingen. Het observatiedek zit op de 77ste verdieping. Op de 84ste verdieping bevindt zich Thailands enige, in de openlucht, ronddraaiend luchtdek.

Het is dus een hotel, maar je kunt ook gewoon een kaartje kopen om met de lift naar boven te gaan.

Het mooiste is om aan het eind van de middag te gaan. Je ziet het dan donker worden en allemaal lichtjes aangaan, prachtig!

Voor meer informatie: Wikipedia.org

Bron: Columbusmagazine.nl

Combi met vliegtuig, bus en boot naar uw bountyeiland

De Thaise budget vliegmaatschappij Nok Air heeft nu all in tickets waar behalve de vlucht naar Zuid-Thailand ook vervoer naar de pier en de boottocht naar een aantal Andaman eilanden inbegrepen zijn.

Het gaat om de eilanden Koh Lipe, Koh Kradan, Koh Mook, Koh Ngai en Koh Phi Phi. Al eerder bood de maatschappij soortgelijke arrangementen aan naar Koh Samui, Koh Lanta en Koh Phangan.

De actie loopt tot 30 april 2012.

Bron: Thaisverkeersbureau.nl

Meer hotels in Zuid-Thailand

In 2012 wordt de hotelcapaciteit in de zuidelijke provincie Phang Nga flink uitgebreid met ongeveer 1000 kamers. Diverse hotelgroepen openen nieuwe hotels in dit nog niet zo toeristische gebied dat rijk is aan natuurschoon en prachtige stranden. De meeste accommodatie zal in Khao Lak komen waar men binnen twee jaar verwacht van 5000 naar 10000 kamers te gaan.
Bron: Thaisverkeersbureau.nl

Verborgen parels van Trang

Hoewel steeds meer reizigers de weg naar Trang en haar betoverende omgeving weten te vinden blijft het een goed bewaard geheim voor de meeste toeristen die naar Thailand komen.

De provincie Trang met de gelijknamige hoofdstad ligt in het zuiden van Thailand. Hier is nog geen massatoerisme maar uitgestrekte stranden die je slechts met weinigen hoeft te delen en prachtige bountyeilanden omringd door koraalriffen. De provinciehoofdstad is zeker ook een bezoek waard al was het maar om de heerlijke streekgerechten te proeven, zoals het sappige BBQ speenvarken, waar zich zelfs een heel jaarlijks festival om afspeelt.

Trang is gemakkelijk te bereiken
Trang is uitstekend te bereiken via de lucht vanuit Bangkok of met de boot vanuit Krabi en Phuket. Qua overnachtingen hoef je je ook geen zorgen te maken want dat kan op de meeste eilanden van eenvoudige maar romantische strandhutjes tot meer luxe onderkomens waar je echt als een VIP verwelkomt en behandeld wordt tegen vaak aantrekkelijke prijzen. Een zwerftocht langs de vele eilanden kan zeker een hoogtepunt van de vakantie zijn.

Green Wood Travel
Green Wood Travel is een in Bangkok gevestigde touroperator die zich op de Nederlandse en Belgische markt richt. Zij hebben een unieke 7 daagse tocht samengesteld waarin je met je “eigen” langstaartboot onder begeleiding van een lokale gids de mooiste eilanden aandoet. Snorkelen tussen de honderden vissen die het kristalheldere water bevolken, een barbecue op een verlaten strand, een zwemtocht door een grot waarbij je uitkomt op een door hoge rotsen omgeven paradijselijk strand. De apen in de bomen kijken nieuwsgierig naar deze nieuwe ontdekkingsreizigers. En zo is elke dag weer een nieuw avontuur waar je nog lang van zult nagenieten.
Hoe lang het nog duurt voordat dit gebied “echt” ontdekt wordt is de vraag. Wellicht een goede reden om er nu naar toe te gaan. De diverse mogelijkheden zijn te bekijken op de website van Green Wood Travel

Bron: Greenwoodtravel.nl

Lekker een bioscoopje pikken in Bangkok

 
Mocht je de zwoele warmte, het gekrioel van mensen en verkeer en het lawaai van de hoofdstad even meer dan beu zijn, dan is daar een goede hele remedie tegen. Schiet eens een van de bioscopen binnen die Bangkok rijk is.

Waar in Nederland een bioscoopbezoekje een ware uitputtingslag is, met te kleine stoelen, te weinig beenruimte, te luidruchtig publiek en dure kaartjes, zijn de cinema’s van Bangkok een oase van rust en verkoeling.

Kaartje kopen
Dat begint al bij het kiezen van een film. De heren en dames achter de balie nemen alle tijd voor je om je te helpen met het zoeken naar de film van jouw keuze, de juiste stoelen, het betalen en uiteindelijk met twee handen overhandigen van de kaartjes, gevolgd door een uitgebreide way als dank voor uw klandizie. Dat betekent dat je in de rij ook even geduld moet hebben, maar die tijd kun je weer gebruiken om te alle billboards boven de kassa af te speuren waar alle films op pronken en te checken of je de juiste keuze hebt gemaakt. Een kaartje kost maar een fractie van wat het hier kost, tussen de 120 en 180 baht (2,50 en 3,80 euro)

Filmaanbod
Het filmaanbod is enorm. Ooit had Nederland en onze buren de eer dat hier de nieuwste films als eerste in première te gingen. Die positie zijn we kwijt geraakt aan de landen van Zuidoost-Azië met Thailand voorop. Als ik terugkom van een bezoekje aan Bangkok hoef ik in Nederland wekenlang niet de filmladder te checken. De Hollywood producties zijn uiteraard allemaal in het Engels. De Thaise films zijn vaak Engels ondertiteld.

Lekkernijen.
Veel wat je in Nederland kunt krijgen aan snoeperijen en drinken kun je ook in de grote cinemacomplexen krijgen.

De bioscoopzaal
Is ruim opgezet en goed gekoeld. De Thai vinden het vaak te koud en nemen een dekentje mee. Stoelen zijn ruim, zeker tien centimeter ruimer dan we in Nederland gewend zijn. De rugleuning van de stoelen kun je ver achterover drukken, zodat je bijna liggend de film kunt kijken. Het scherm is groot en helder. Het geluid hard genoeg, maar niet te hard. Wat ook opvalt is dat de Thai zich rustig gedragen tijdens de film en dat na de film de zaal ordelijk en redelijk schoon worden achtergelaten. Ik heb nog nooit tijdens een film een mobiele telefoon horen afgaan.

Overigens wordt voor aanvang voor de film het liedje van Koning Bhumibol gespeeld met beelden van zijn leven. Iedereen staat dan op, uit eerbied voor de koning. Denk niet ‘ik ben farang, het is niet mijn koning, ik blijf zitten’ want dat komt je op reprimandes en boze blikken van de Thai te staan. En je verziekt voor iedereen het filmplezier. Dus doe gezellig even mee en sta op

De bioscopen in Bangkok:
Siam Paragon:
• Cineplex
• Imax

Central World:
• Cineplex

MKB:
• SF Cinema City

Zonsopgang bij Angkor Wat

“Heeft u niet kleiner?” De verkoper kijkt me verontschuldigend aan. Daar sta ik weer. Met een briefje van 20 dollar. Het is in Cambodja alleen mogelijk om Amerikaanse dollars te pinnen. En dan meteen naar de bank te gaan om de briefjes kleiner te maken of – nog beter – om te wisselen naar de nationale munt, de Riel. Het arme land heeft zijn munteenheid met een vaste wisselkoers aan de dollar gekoppeld; 4.000 Riel is altijd één dollar.

Het is verzengend heet in Siem Reap. Het is de uitvalsbasis voor het nabijgelegen Angkor Wat. De wereldberoemde tempels zijn de trots van Cambodja. Na de val van de Rode Khmer staat het silhouet van de belangrijkste tempel prominent op de vlag. Het nationale bier heet zelfs Angkor, met als slogan “My Country, My Beer”.

Eerlijk gezegd ben ik wel weer toe aan een beetje positieve historie. Na de kille efficiëntie van de Tuol Sleng gevangenis en de Killing Fields bij Pnomh Penh, met daarna een bezoek aan de Killing Cave in Battambang, heb ik wel een goed beeld bij Cambodja’s duistere periode, waarin de Rode Khmer aan het roer stonden. Maar hoe staat het met de oudere cultuur van Cambodja, met de oude hoofdstad van de Khmer?

’s Morgens om 4.00 uur sta ik op, eet snel een Oreo en maak dat ik beneden kom, waar de tuktuk chauffeur zit die mij de hele dag gaat rondrijden. Ik wil de eerste dag in de vroege ochtend meteen de hoogtepunten zien, hopend dat ik de meest beroemde tempels in relatieve rust kan bekijken. Bij het eerste checkpoint moet ik een pas kopen. Er wordt met een soort grote webcam een pasfoto gemaakt en die krijg ik meteen mee. Goed bewaren dus, want ik kan voor 40 euro drie dagen het terrein op. “Het terrein” is overigens geen omheind gebied; langs de geasfalteerde wegen staan checkpoints die jou om een pas kunnen vragen ter controle.

Ik ben uiteraard niet de enige die de grootste tempel van Angkor bij zonsopgang wil zien. Toeristen verdringen elkaar voor een foto met het beroemde silhouet dat zich tegen de blauw-oranje lucht aftekent. Ik pak mijn camera, niet alleen voor een foto van de tempel, maar ook van de menigte die bij de rand van het water een totaalshot van de tempel probeert te nemen. Liefst met z’n tweeën.
Wanneer ik door de viewfinder kijk en scherpstel, kan ik mijn ogen niet geloven. Ik ben duizenden kilometers van huis, sta om 05.30 uur in de ochtend voor een van de wereldwonderen en er staat juist nu een enorme steiger tegenaan. Het ontsierende ding is voorzien van groene netten, die deze onnatuurlijke toevoeging nog even lekker extra laten opvallen.

Wanneer de zon hoger aan de hemel staat en er niet meer gesproken kan worden van “opgang” maar gewoon “zon”, loopt een groot deel van de menigte weg. Dit lijkt mij juist het moment om naar binnen te gaan. Het is hier nog aardig rustig, maar naarmate de dag vordert wordt het druk. Als de chauffeur stopt in Bayon, de tempel met de gezichten, is er net een touringcar met Amerikanen neergestreken. Dat neemt toch wel een beetje de magie van de plek weg.

Daar staat dan weer tegenover dat er ook tempels zijn die je bijna voor jezelf hebt. Deze zijn wat minder speciaal, wat minder goed onderhouden of misschien wat verder weg. Maar het gevoel dat je even Indiana Jones bent, is dan veel groter. Dit was vooral het geval bij Kbal Spean; deze bestemming is geen tempel maar een rivierbedding met sculpturen. Het is een rit van anderhalf uur met de tuktuk en dan nog een klim van een paar kilometer. De reis is indrukwekkender dan de rivierbedding waar je voor komt, maar het is een pracht van een rit door het platteland en tijdens de korte jungletocht kom je wolken vol tamme vlinders tegen, gekke salamanders, wild groeiende bomen en prachtige uitzichten.

Het loont de moeite om, voordat je naar Angkor vertrekt, even stil te staan bij wat je er precies van verwacht. Het complex is namelijk enorm, je kunt er een pas voor één, of zeven dagen voor kopen en geloof me; je kunt er ook makkelijk zeven dagen zijn zonder een tempel twee keer te bezoeken. Het ligt er echter aan, hoe zeer je geïnteresseerd bent in oude ruïnes. Want ook al zijn veel gebouwen de moeite waard om te bezoeken, na een paar tempels beginnen ze toch wel erg op elkaar te lijken. Een pas voor één dag is 20 dollar, drie dagen 40 dollar. Ben je gek op de kleine details zoals fijn beeldhouwwerk, dan is een bezoek aan de meest afgelegen tempels een grote aanrader.

Op de markt pakt de verkoper mijn briefje van 20 aan. “Just a moment”. Met mijn briefje verdwijnt hij tussen de kraampjes. Ik zie hem druk praten en gebaren naar andere kooplui en klanten op de markt. Uiteindelijk komen er uit vier verschillende stapels bankbiljetten 18 losse dollars tevoorschijn.

Bron: Aziatischetijger.nl

Komodo, het rijk van de draken

 
Het Indonesische eiland Komodo ligt tussen Soembawa en Timor die bij vele nog uit de schooltijd bekend zijn. Dit is het leefgebied van de reuzen-varanen, de meest bijzondere diersoorten ter wereld.

Bepaald geen lieverdjes, maar met enige voorzichtigheid kan men monsters van dichtbij observeren. Maar het eiland is ook een paradijs voor snorkelen en duiken, want heeft een kleurrijke en exotische onderwaterwereld.

Koudbloedige reptielen
Komodo is een betrekkelijk klein, droog en bergachtig eiland tussen Soembawa en Flores in het Indonesische Nusa Tenggara, het gebied van de Kleine Soenda-eilanden. Het heeft sinds 1980, samen met de eilanden Padar en Rinca, de status van nationaal park en staat sinds 1986 op de werelderfgoedlijst van de UNESCO. Het beschikt over een zeer gevarieerde kustlijn met veel baaien en inhammen, per eiland één nederzetting met een totale bevolking van ca. 3500 mensen.

Hun voorouders waren immigranten van andere eilanden of gevangenen die naar dit afgelegen oord verbannen werden. Overigens kunnen de bewoners nauwelijks hun dorp uit, want Komodo is het rijk van de draken, plaatselijk bekend als ora (mond) en biawat raksasa (reuzenvaraan), de naar schatting ruim 2500 exemplaren van Varanus komodoensis die op het eiland leven. Overigens komen ze ook voor op de buureilanden Rinca en Padar en op de uiterste westpunt van Flores.

Komodo-varanen zijn de grootste hagedissen ter wereld; ze kunnen ruim 3 meter lang worden en 150 kilo zwaar. Het zijn koudbloedige reptielen, giftig en vraatzuchtig, en het zijn carnivoren die zich voeden met op de eilanden levende herten, wilde zwijnen, wilde geiten, waterbuffels, slangen, hagedissen, apen en loopvogels. Het zijn ook kannibalen die er niet voor terugschrikken hun eigen kroost op te peuzelen; dat moet dan ook gedurende de eerste levensjaren in bomen zien te overleven. Eenmaal volwassen hebben ze geen natuurlijke vijanden.

Volg de draak
Op Komodo geldt het parool: volg de gids. Anders loop je de kans dat jou hetzelfde overkomt als die legendarische Zwitser, baron Rudolf von Reding Biberegg, die in 1974 zijn groep in de steek liet, verdwaalde en van wie nooit meer iets werd teruggevonden behalve zijn pijp. Of zijn camera, want het verhaal doet in veel versies de ronde. In mijn geval had het parool ook kunnen luiden: volg de draak, want we zijn nog geen kwartier op het eiland onderweg of uit de lage begroeiing rechts van ons duikt een varaan op, de eerste die we te zien krijgen. Zij is ongeveer twee meter lang (volgens de parkwachter is het een vrouwtje), groter dan ik me had voorgesteld, maar erg agressief lijkt ze niet.

Na ons even een beetje suf te hebben aangestaard vervolgt ze haar weg met ons toeristen in haar kielzog. Als een van de twee parkwachters die ons begeleiden haar met een lange, gevorkte stok tot wat meer spoed aanmaant, kromt zich onmiddellijk de lange staart, het gevreesde wapen van de varaan, maar daar blijft het bij. Na een paar honderd meter verdwijnt het dier links in de bosjes. De parkwachter vertelt dat hun gezichtsvermogen beperkt is, maar hun reukzin scherp en dat ze, indien nodig, over een korte afstand een snelheid van 20 kilometer kunnen halen.

Omheinde ruimte
De ontdekking van deze reuzen heeft de wereld aan twee Nederlanders te danken: de legerofficier Van Steyn van Hensbroek die ze in 1911 voor het eerst te zien kreeg, en de curator van het zoölogisch museum in Bogor, Pieter Ouwens, die ze een jaar later beschreef en van een wetenschappelijke naam voorzag.

Komodo-varanen hebben dus iets met Nederland, maar dat heeft mijn sympathie voor de monsters niet vergroot. Want monsters zijn het, met hun lange, moddergrijze lijf, machtige staart, gemeen uitziende klauwen, brede, platte kop, geschubde huid en gevorkte tong die onophoudelijk in en uit de bek schiet. Als we bijna aan het eind zijn gekomen van het ca. 2 kilometer lange pad, dat vanaf het strand bij Loh Liang (waar het kantoor van de natuurbeschermingsorganisatie PHKA en van de parkwachters staat) een door heuvels omsloten dalletje in loopt, wordt haltgehouden. De parkwachters waarschuwen dat het nu zaak is dicht bij elkaar te blijven, want we zullen waarschijnlijk tussen de varanen door de omheinde ruimte moeten zien te bereiken vanwaaruit de dieren geobserveerd kunnen worden. En inderdaad, in de open ruimte rondom deze enclosure liggen een stuk of wat varanen in het roodbruine zand. Maar ze reageren nauwelijks op onze aanwezigheid, en dat lijkt me logisch, want met hun dikke, ronde buik zien ze er beslist niet hongerig uit. Gek idee trouwens: in deze “dierentuin” zit de mens achter hekken en lopen de dieren vrij rond.

Geit als prooi
We bereiken veilig de omheinde kijkruimte en kunnen ons nu uitgebreid uitleven met foto- en filmcamera. Aan één kant bevindt zich een diepe kuil. Voorheen, toen de dieren nog regelmatig gevoerd werden, gebeurde dat hier. De parkwachters lieten dan een geit vlak boven hun kop zakken waarop de monsters de prooi uit elkaar scheurden en letterlijk met huid en haar naar binnen werkten, wat een bloederig schouwspel moet zijn geweest. Tegenwoordig gebeurt dat niet meer; om de dieren niet te lui te maken is besloten dat ze zelf hun kostje bij elkaar moeten scharrelen.

Kunnen varanen zwemmen?
In het dal is het snikheet geworden en als iedereen is uitgefotografeerd besluiten we terug te gaan naar de kust. Onderweg komen we nog een paar keer een eenzame reuzenhagedis tegen. We vangen zelfs nog een glimp op van twee exemplaren die het met elkaar aan de stok hebben, waarschijnlijk twee mannetjes, die in de paartijd, juli/augustus, erg agressief kunnen zijn. Op het strand van Pantai Merah met zijn roze koraalzand, vraag ik of de varanen misschien ook kunnen zwemmen. Nou en of. Er is zelfs een geval bekend van een varaan die de oversteek van Flores naar Komodo heeft gemaakt. Lichte paniek, vooral bij degenen die op het punt staan zich te water te begeven, maar onze begeleiders verzekeren ons dat er geen vuiltje aan de lucht is; tenslotte is het ook hun taak dat we veilig kunnen zonnen, zwemmen, snorkelen en duiken. En voor dat laatste is Komodo een waar paradijs met een onderwaterwereld zo kleurig en exotisch en zo onbedorven als de wereldzeeën nog maar nauwelijks te bieden hebben.

Oerlandschap
Later op de dag brengen we nog een bezoek aan Kampung Komodo, het enige dorp, waar iedereen van de visvangst leeft (en dat ruik je), en vervolgens aan een kolonie reuzenvleermuizen die zich in de mangroves in de buurt hebben genesteld.

Maar mijn mooiste herinnering aan Komodo stamt van laat in de middag als we wegvaren van het eiland. De zon staat al tamelijk laag en in het warme licht lijken de met gras bedekte berghellingen van het eiland als overtrokken met een laag fluweel waarboven hier en daar een eenzame lontarpalm uitsteekt. We varen door een breed, kanaalachtig stuk water met aan beide kanten ruw getande bergen. Het wateroppervlak is zilverkleurig met veel stroming en draaikolken. Een enkele vissersboot spoedt zich naar huis, de contouren van de eilanden die we passeren vervagen tot donkere, in nevels gehulde gevaartes. Terwijl aan één kant de zon verdwijnt, werpt aan de andere kant een bijna volle maan een brede baan zilver over de golven. Het is alsof we voortglijden door een oerlandschap dat nooit eerder door mensen is beroerd.

Hoe kom je er?
Het eiland Komodo is op verscheidene manieren bereikbaar. Touroperators op Bali, Lombok, Sumbawa en Flores organiseren meerdaagse boottochten naar het eiland. Vanaf diverse Indonesische luchthavens kan gevlogen worden naar Bima op Soembawa of Labuan Bajo op Flores vanwaar Loh Liang op Komodo en Loh Buaya op Rinca per (charter)boot te bereiken zijn. Er is ook een ferryservice tussen Bali (Benoa) en Bima/Labuan Bajo. Op Komodo kan worden overnacht in een basic accommodatie. De beste tijd voor een bezoek aan Komodo is april-oktober. Entreeprijs: ca. € 12,– p.p.

Bron: Exclusievereizen

Australië versoepelt sancties tegen Birma

 

Australië versoepelt zijn sancties tegen Birma vanwege de voorzichtige politieke hervormingen die de regering heeft doorgevoerd. Dat heeft de Australische Minister van Buitenlandse zaken Kevin Rudd maandag bekend gemaakt.

Birma gaf de Nationale Liga voor Democratie, de partij van oppositieleider Aung San Suu Kyi, onlangs toestemming om aan de verkiezingen in april deel te nemen. De regering van president Thein Sein voerde ook maatregelen door die vakbonden legaliseren en stelde een paar honderd politieke gevangenen in vrijheid. Maar nog lang niet genoeg vinden critici in binnen- en buitenland die alle gewetensgevangenen vrij willen. Naar schatting zijn er nog 1800 politieke gevangenen in Birma.

Met het aanpassen van de sancties erkent Australië dat het land belangrijke stappen heeft gezet naar een open democratie en een grotere betrokkenheid met de regio. Het gaat vooral om beperkende maatregelen die zijn ingesteld tegen huidige en voormalige regeringsleden.

Bron: Aziatischetijger.nl

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 193 other followers