Green Wood Travel op Vakantiesalon Antwerpen 2010

Op vrijdag 22 januari 2010 zal de 32e editie van de Vakantiesalon in Antwerpen van start gaan. Deze Vlaamse variant op onze eigen vakantiebeurs vindt u in de Expohallen aan de Jan Van Rijswijcklaan 191 te Antwerpen.

Gastland dit jaar is Cyprus en de Dienst voor Toerisme van Cyprus zal dan ook ruimschoots aanwezig zijn. Maar met maar liefst 600 exposanten is er nog veel meer te beleven en krijgt u ongetwijfeld een ruime keuze aan ideeën voor uw volgende vakantie. Bij de stand van Green Wood Travel kunt u alles te weten komen over de unieke droomvakanties die u via ons kan maken in Thailand en andere landen in Zuidoost-Azië.
Geen eenheidsworst maar vakanties op maat, uw maat!

32ste editie van de Internationale Vakantiesalon Antwerpen. Gastland Cyprus
Van vrijdag 22 januari tot en met woensdag 27 januari 2010.
Antwerp Expo – Jan Van Rijswijcklaan 191 – 2020 Antwerpen
Zaterdag, zondag, maandag en woensdag: open van 10.00 tot 18.00
Nocturnes op vrijdag 22 en dinsdag 26 januari: open van 12.00 tot 21.00

LADIES’ DAY op woensdag 27 januari 2010 – gratis toegang voor dames

Meer informatie: www.vakantiesalon-antwerpen.be

 

 

Thaise begroeting: de Wai

waiIn Thailand geven mensen elkaar geen hand als ze elkaar begroeten. De Thaise begroeting heet de Wai (Thais: ไหว้). Dit spreek je uit als Waai. Bij een ontmoeting brengt men de beide handen in de richting van het hoofd, ter hoogte van de borst of net onder de kin en maakt een sierlijke lichte buiging met de handen tegen elkaar aan en de vingers gespreid. Hoe hoger de handen worden gehouden in relatie tot het gezicht, hoe meer respect of ontzag men heeft voor degene die men begroet. Een kind die een volwassene begroet zal met zijn vingertoppen tot aan het voorhoofd reiken.

Een Thai gebruikt de Wai in de volgende situaties:

- bij een kennismaking;
- bij afscheid en vertrek;
- om je te verontschuldigen;
- om iemand te bedanken;
- om respect te tonen.

Bij een begroeting
De Wai wordt ook vaak gebruikt als een manier om iemand of verontschuldigen of te bedanken. Het woord dat vaak wordt uitgesproken met de Wai, en bedoeld is als een groet of een afscheid is: sawatdee (สวัสดี). Fonetisch, wordt het woord uitgesproken als “sa-wat-dee”.

“Hallo” of “tot ziens” in het Thais is voor een man: “sawatdee khrap”, spreek uit als sa-wat-dee-kap.
“Hallo” of “tot ziens” in het Thais is voor een vrouw: “sawatdee kha”, spreek uit als sa-wat-dee-kaa.
“Bedankt” in het Thais is voor een man: “khawp khun khrap”, spreek uit als kap-kun-kap.
“Bedankt” in het Thais is voor een vrouw: “khawp khun khrap, spreek uit als kap-kun-kaa.

Beleefdheid en respect tonen met de Wai
In het statusgevoelige en hiërarchische Thailand, is de Wai ook een manier om respect te tonen voor een hogergeplaatste. Diegene die lager geplaatst is, zal altijd als eerste de Wai maken.
Als het statusverschil erg hoog is zal de hogergeplaatste de Wai niet beantwoorden. Dit geldt bijvoorbeeld voor hooggeplaatste personen in de Thaise maatschappij. Ook monniken en leden van het Koninklijk huis zullen een Wai niet beantwoorden. Monniken onder elkaar beantwoorden de Wai echter wel. Een Wai van een kind hoeft nooit beantwoord te worden omdat zij altijd respect moeten tonen naar volwassenen.

Toeristen en de Wai
In de toeristencentra zie je ook dat toeristen een Wai gebruiken als begroeting. Meestal lijdt dit voor de Thai tot genante situaties en lachen ze er maar een beetje om. Als je niet weet hoe het moet kan je het maar beter achterwege laten. Thai geloven namelijk dat het ongeluk brengt wanneer een hogergeplaatste als eerste een Wai voor hen maakt.

Hierbij een aantal regels:
Een farang (toerist) is per definitie hoger geplaatst dan het personeel in een winkel, hotel of restaurant. Het is dus ongepast om als eerste een Wai te maken. Een Wai beantwoorden kan wel maar dan moet je de handen laag houden en niet een te diepe buiging maken.
Indien je kennis maakt met de ouders van je Thaise vriendin dan is wel belangrijk om een ze te begroeten met een Wai en respect te tonen.
Een Wai naar een kind maken is niet gepast, dus niet doen.
Het is voor een toerist het gemakkelijkste en het veiligste om gewoon een lichte buiging te maken met je hoofd en “sawatdee khrap” te zeggen indien je een man bent. Als toerist zal je niet vaak in een situatie terecht komen waarbij er van je verwacht wordt dat je een Wai beantwoord. Maar als je de regels kent en het op het op de juiste manier toepast zal het wel erg gewaardeerd worden.

Leuke video over de Wai
In de bovenstaande video wordt uitgelegd hoe je een Wai moet maken. En dat mannen een begroeting of bedankje anders uitspreken dan een vrouw.

Bron: Thailandblog.nl

 

Frans wijngoed in Thaise heuvels

Ch�au des Brumes 2003, mis en bouteille au ch�au. Bordeaux? Bourgogne? Alsace? Niets van dat alles. Dit is een heus wijngoed in het Wang Nam Keow-district van Nakhon Ratchasima, een dikke 200 kilometer ten noordoosten van Bangkok.
Wie hier aankomt, gelooft zijn ogen niet. Is dit tropisch Thailand? In ruim tien jaar is hier op 40 hectare en op 500 meter boven de zeespiegel een complete wijngaard met bijbehorende gebouwen uit de grond gestampt, onder deskundige Franse leiding.

Inmiddels heeft Des Brumes Village Farm & Winery van de Tourist Authority of Thailand het predikaat ‘Unseen Paradise’ toegekend gekregen. Het moet gezegd: de wijn die we hier proeven, voldoet aan alle eisen, al is de prijs aan de hoge kant. Maar dat geldt voor elke wijn in Thailand, gestraft met een hoge belasting.

Het eten is op Des Brumes ronduit groots, de rondleidingen boeiend en de service perfect. Gasten kunnen hier fietsen en zelfs een spabehandeling krijgen met een flinke scheut rode wijn in het badwater. De kamers in de bijgebouwen zijn aan de Spartaanse kant en het kan buiten ’s avonds soms fris zijn. Maar wie had dat gedacht op een steenworp afstand van palmenstranden en rijstvelden?

Door: Hans Bos

Bron: Thailandblog.nl

Mild pikant in Thailand

In Chiang Mai in Noord-Thailand vind je vlakbij de befaamde night market het restaurant Kao Kab Kang . De gerechten zijn er authentiek Thais, maar als je dat wilt, worden ze aangepast aan onze westerse smaak. Dat betekent dat ze mild pikant worden geserveerd in plaats van spicy hot.
Het restaurantje is Thais ingericht, zonder kitscherig te zijn, maar uiteraard wel met de obligate foto van King Bhumibol. In een land waar meestal gegeten wordt aan een eetstalletje, is dit een oase van rust waar je heerlijk kunt tafelen met een lekker glaasje Thaise wijn. Goed om weten: eigenaar Khun Pattana heeft een indrukwekkende privécollectie Belgische bieren. (Eva Roels)

Kao Kab Kang Restaurant, 164/110 Changklang Road, A. Muang, Chiang Mai

Bron: demorgen.be

Miss Queen International 2009

 

Harunai Ai uit Japan is in de Thaise badplaats Pattaya verkozen tot Miss Queen International 2009. Hieronder vindt u enkele foto’s van de missverkiezing. En niet meteen “fap fap” of zoiets dergelijks roepen; alle getoonde ‘dames’ zijn mannen of waren dat vroeger.

Bron: Spits.nl

Op reis met de stoomtrein

IMG_8975Een must voor treinfanaten maar zeker ook leuk voor iedereen die even wil proeven aan lang vervlogen tijden toen op reis gaan nog een echt avontuur was.

Een aantal dagen per jaar rijdt er tussen Bangkok en Ayutthaya, de oude hoofdstad van Siam, een echte stoomtrein. ’s Morgens heen, de hele dag in Ayutthaya rondkijken en s’avonds weer terug. De treinen rijden ook in Kanchanaburi van 23 november tot 5 december tijdens het River Kai festival en op 5 december weer van Bangkok naar Ayutthaya.

Van te voren boeken is aan te bevelen.
Voor meer informatie bel met de Thaise spoorwegen op 1690 of vraag info bij het Hua Lamphung station in Bangkok.

Bron: Thaisverkeersbureau.nl

 

Lampoon, een leuk en relaxt stadje

Lampoon ligt nog geen dertig kilometer ten zuiden van Chiang Mai. Het is een provinciehoofdstad maat telt amper 15.000 inwoners. Het is tussen 750 en 1281 de hoofdstad geweest van een klein koninkrijk. In het nationaal museum , waar je waarschijnlijk de enige bezoeker bent, worden veel voorwerpen uit deze periode en nog ouder ten toon gesteld. De stad kent diverse sfeervolle oude tempels in verschillende staat van verval.

De 46 meter hoge stoepa van de Haripunchai tempel wordt beschouwd als één van de acht heiligste van Thailand. De stoepa van deze tempel heet Chedi Suwan. Hij is 46 meter hoog, is gebouwd in 1418 en wordt zeer goed onderhouden

Ook ’s avonds hoef je je niet te vervelen in Lampoon. er is een leuke avondmarkt zonder toeristen. Het is ook een prima plek om mee te doen met de avondfitness op muziek die elke avond om 6 uur op het grote plein begint na het spelen van het volkslied. Die fitness is ingesteld door de koning en vindt in het hele land plaats. In Lampoon is het erg populair en het wordt gewaardeerd als toeristen meedoen.

Bron: Columbusmagazine.nl

 

De walmen van CHINATOWN

Wanneer het Thaise meisje in de trein naar Bangkok merkt dat haar moeder het luide gekwebbel van twee Chinese dames volgt, vraagt ze: ‘Mam, je bent een Chinees, hè?’ ‘Nee’, antwoordt de moeder, ‘mams is honderd procent Thais, maar je oma en opa komen uit China.’ Hieruit blijkt hoe nadrukkelijk de Sino-Thais wensen te assimileren. Waar de Chinees ophoudt en de Thai begint, is meestal onduidelijk. Een ‘Chinezenprobleem’ bestaat in Thailand niet. Dit succes wordt toegeschreven aan de Thaise tolerantie, maar pressie van de overheid speelde beslist ook een rol.

Toch heeft Bangkoks ‘Yaowarat’, ’s werelds grootste Chinatown, zijn karakter goed weten te bewaren. ‘Nergens vind je een completer Chinatown’, stelt Lynn Pan zelfs in haar geschiedenis van de ‘overzeese Chinezen’. Vanaf het station beland je slenterend zo in het bruisende hart ervan. Nergens is méér activiteit op een vierkante meter. Een man leest voor zijn deur ongestoord een Chinese krant, terwijl een onafgebroken stoet sjouwers schreeuwend voorbijtrekt. Zijn huis is in een houdgreep genomen door de grillige wortels van een enorme ficus. Boven de deur hangt een trigram, een octagonaal spinnenweb van spiegelglas met yin yang-symbool, om kwaad af te schrikken en harmonie te bevorderen. In het kleine restaurant ernaast kijken de klanten over hun Hainan Chicken Rice uit op een stinkende gracht. In een rood betonnen tempeltje vol vooroudertabletten doet een kolonne mieren zich tegoed aan de zoete offerandes.

Ik sla een ogenschijnlijk rustige steeg in, maar loop weldra tussen getik, gehamer, gezaag, gesnerp en vlagen mierzoete Thaise smartlappen.

Tienduizenden Chinezen die in Yaowarat neerstreken, waren arbeiders en ambachtslieden. Daaraan herinneren nog de vele werkplaatsen waar alles wat denkbaar is op eenvoudige wijze wordt vervaardigd. Een apparaat dat een ijzerzaag heen en weer trekt om een pijp door te zagen, lijkt een levend industrieel fossiel.

Van de betonhaken, kettingen en takels beland ik bij tweedehands auto-onderdelen. Mr.Lim is gespecialiseerd in van olie druipende schakelkasten die tot het plafond zijn opgestapeld. Achter de berg schemeren nog net de lampjes van het Chinese huisaltaar. Lims knechten zijn gehurkt bezig uit versleten exemplaren een functionerende schakelkast samen te stellen. Buurman Tan houdt het bij uitlaatpijpen en carburateurs. Ik schaats over een dikke laag aangekoekte olie richting specialisten in chassis.

Aan de Chao Phraya-rivier worden balen mie, plastic zakken vol gedroogde zwammen en vissenblazen en jutezakken met rijst en mungbeans naar een rij pakhuizen gesjouwd. In 1928 was de rivier hier nog ‘omzoomd met Chinese godowns en een vloot van jonken afkomstig uit Cathay (Zuid-China, red.)’. De jonken zijn nu vervangen door bontgeschilderde vrachtauto’s aan de straat. Een Chinese tao ke inspecteert met ontroerende ernst zijn aankoop door met een holle priem een monster te nemen. De handel berust vooral op efficiëntie en een grote omzet met kleine winstmarges. De zilverkleurige Mercedes die in een kantoor naast twee enorme Chinese vazen staat geparkeerd, getuigt van het succes van de formule.

Al in de zeventiende en achttiende eeuw hadden zich hier, vijftig kilometer stroomafwaarts van de oude hoofdstad Ayutthaya, Chinezen gevestigd. Tijdens het bewind van koning Taksin (1770-1782), zoon van een Teochiu-handelaar, stroomden de Teochiu-Chinezen vanuit Swatow (Shantou) naar Siam. Taksin werd van de troon gestoten door een andere generaal met Chinees bloed die Bangkok tot nieuwe hoofdstad maakte. De Chinezen moesten er wijken voor de bouw van het paleis en vestigden zich zuidelijker tussen de sloten, moestuinen en boomgaarden, het huidige Chinatown.

Bangkok werkte als een magneet op gelukzoekers uit Zuid-China, voor wie er genoeg redenen (hongersnood, chaos door oorlogen en clanvetes) waren om het vaderland te verlaten. De Siamese kroon moedigde hun komst zelfs aan omdat ze de economie leven inbliezen. Chinezen brachten de ijzerindustrie en scheepsbouw tot bloei en legden groentetuinen en plantages voor suikerriet, indigo, tabak en katoen aan. Siamezen ambieerden slechts het bestaan als rijstboer of een baantje in de bureaucratie. Goedkope Chinese arbeid, zoals voor het graven van kanalen, verving weldra de traditionele corvee.

In 1865 woonden er honderdduizenden Chinezen in Bangkok. Hun assimilatie was zo soepel verlopen dat een Westerse bezoeker zich er zelfs aan ergerde: ‘Ze kleden zich helemaal als de Siamezen (. . .) Ze knippen vaak hun staart af en worden voor een bepaalde tijd Siamese monnik. Binnen twee of drie generaties slinken alle onderscheidende kernmerken van het Chinese karakter helemaal en een natie die zo obsessief vasthoudt aan zijn tradities, verandert totaal in Siamezen.’

De Chinese geheime genootschappen brachten de nodige gangsters voort, maar clanoorlogen zoals in Maleisië, bleven Bangkok bespaard. Toch werden Chinezen steevast geassocieerd met verderfelijke zaken als gokhuizen en bordelen. Bangkoks prostituees waren aanvankelijk van Kantonese herkomst, maar later steeds vaker Siamees. Brave burgers die zichzelf wijsmaken dat de beruchte seksindustrie recent door de verderfelijke westerling in het leven is geroepen, zullen in Chinatown hun mening moeten herzien. Want Kanikaphon, een prachtige boeddhistische tempel in Thaise stijl, is er in de negentiende eeuw gebouwd door een Chinese dame die schatrijk was geworden als bordeelhoudster. Met de goede daad hoopte deze mevrouw Fang haar karma op te krikken.

De tempel is nu een oase van rust temidden van Yaowarats koortsachtige bedrijvigheid. Chinezen die niet meer naar hun vaderland terugkeerden, kijken me vreedzaam aan vanaf de muur met hun ingemetselde as. Onder de kiekjes staan bijna alle namen in het Thaise schrift, wat opnieuw van snelle assimilatie getuigt.

Of de bordeelhoudster overigens veel ‘verdienste’ met haar tempel verwierf, wordt betwijfeld. Toen zij er bij een beroemde monnik naar informeerde, noemde deze een laag bedrag, gelijk aan de prijs voor een short time in haar bordeel. Niettemin illustreert het relaas goed dat geslaagde Chinezen hun best deden compensatiepunten te scoren. Diverse genootschappen die aanvankelijk ten dienste van de Chinese immigranten stonden, groeiden zelfs uit tot algemene liefdadigheidsorganisaties.

De bekendste is de Poh Teck Tueng met het hoofdkantoor achter Fangs tempel. Ze houdt zich vooral bezig met het bergen van lijken: in de steeg staat daarvoor een vloot van voertuigen paraat. Tijdens het journaal ziet men de jongens van de Poh Teck Tueng dagelijks in de weer met slachtoffers van schietpartijen en bij autowrakken en zo nu en dan een neergestort vliegtuig of ineengestort hotel. In een vitrine aan de straatkant van het kantoor laten foto’s van piramides van opgestapelde schedels zien dat de Poh Teck Tueng ook af en toe een massacrematie financieren. De Thais laten dit soort klussen graag aan de Chinezen over.

In Botans roman Brieven uit Thailand, stelt de ik-persoon, een Teochiu-immigrant in Bangkok, gedecideerd dat ‘de eenheid van ons volk in een vreemd land kostbaarder is dan goud’. Die saamhorigheid is in Yaowarat nog goed te voelen. In de Poh Teck Tueng-tempel zit een groep oude buurtvrouwen goudkleurig papier tot ‘goudstaven’ te vouwen (die later als offerande aan de doden worden verbrand). Naast een ander tempeltje staat een kleine buurtbrandweerauto gereed.

In een doodlopend steegje komt een man kijken wat ik er zoek. Voortdurend is de Chinees waakzaam niet te verliezen wat met hard werken is vergaard. En bij onraad slaat hij alarm zoals alleen een Chinees dat kan. Voor ‘paniek’ kennen Thais de uitdrukking ‘Chinees die voor brand waarschuwt’.

Bangkoks Chinatown lijkt een van de veiligste plekken op aarde, maar Sterling Seagrave denkt daar in zijn Lords of the Rim anders over: ‘Een overbevolkt getto (. . .) ’s Nachts kan je het je leven kosten als je de weg niet weet te vinden in dit labyrint (. . .) In Bangkok kun je iemand nog laten vermoorden voor twee dollar.’ Ondanks (of juist dankzij) dit soort dwaasheden en de racistische angst voor het Gele Gevaar is het boek een bestseller.

In half Chinatown hangt een walm alsof de wijk in brand staat – een mengsel van uitlaatgassen, wierook en vleugen gedroogde garnalen. In twee hoofdstraten zit het verkeer steeds muurvast in de file. In tempels smeulen wierookstaven zo dik als een arm naast vele walmende oliekannen. Die kannen komen uit een pittoresk straatje waar blik-slagers de hele dag met hamer, soldeerbout en puntlasapparaat temidden van kruiden, haaienvinnen, vogelnestjes, parafernalia, vette worstjes en pathetisch ogende geroosterde eenden aan vleeshaken, ook al veel gesis en rook produceren. Om de hoek stik ik in de walm van gepofte kastanjes en dunne lapjes geroosterd varkensvlees. Op adem komen kun je door te vluchten in een van de vele goudwinkels.

In Mangkon Road worden kippen op straat de strot doorgesneden. Het bloed wordt opgevangen in lege blikken die ooit pastilles tegen keelpijn bevatten. Doelmatig worden in aangrenzende verwerkingsbedrijfjes veren van vel gescheiden en vlees van organen. In een zijsteeg leveren die laatste fijngemalen en vermengd met cassavemeel de beroemde luk chin (soepballen) op. Regelmatig heb ik hier Nederlandse toeristen rondgeleid, maar voor de realiteit van kip tot soepbal had men weinig oog. Men vond het te akelig om naar te kijken. Een uur later had de liefde voor pluimvee echter plaatsgemaakt voor gezonde eetlust en kon ik in een Chinees steamboat-restaurant voortdurend kipfilet bijbestellen.

Nooit bracht ik deze wereldreizigers naar het stille stuk van de Rama IV Road in Chinatown, dat ik in het bijzonder koester. Het was ooit mijn eerste kennismaking met Bangkok, misschien maakt het daarom nog zo’n indruk op me. De sobere zaken stralen er Chinese ijver en pionierszin uit. Naast donkere apotheken zijn er winkels met groentezaden en – schemerig als grotten – zaken met manden vol kippen- en eendenkuikens.

Zo’n soort bedrijfje runden de gebroeders Chearawanon toen ze in 1922 in Bangkok neerstreken. Nu is het de multinational Charoen Pokphan met 80 duizend mensen in dienst; de Sino-Thaise versie van ‘van krantenjongen tot miljonair’. Tussen de zaden en kuikens liggen timmermanszaken met schitterende Chinese doodskisten. De oude tao ke die ik er twintig jaar geleden in zijn hemd en korte broek op een krukje zag zitten, werd voor mij het symbool van de overzeese Chinees. Zijn gezicht was bezaaid met pigmentvlekken, over zijn benen kronkelden spataderen. Vol overgave rekende hij op zijn abacus, alsof hij, zoals Augusta de Wit eens schreef, ‘met heel zijn hart, heel zijn ziel en heel zijn verstand het maken van bargains was toegewijd en eerder zou stoppen met ademhalen dan met kopen en verkopen.’

Nu zit er een jongere man op het krukje. Hij heeft een elektronische rekenmachine in zijn hand, om zijn kisten nog competitiever te kunnen maken. Maar als ik passeer, zie ik dat het een computerspelletje is waarin hij verdiept is. En achterin de zaak staat een tv aan met een Thaise soapopera: de assimilatie kent in Bangkok geen grenzen.

Door Sjon Hauser

Bron: Volkskrantreizen.nl

Twijfel over fooienpot

Zelden liepen de meningen zó uiteen als in de reacties op mijn vraag van vorige week over fooien. Honderden lezers zien tijdens hun vakantiereizen liefst een verplichte fooienpot, om van het gezanik af te zijn. Maar even zovele lezers mailen mij daar niets in te zien: zij mogen graag nog wel even zélf uitmaken wie zij tippen en wie niet.

Talloze andere lezers zijn van mening dat de fooi voor kamermeisjes, koffersjouwers, gidsen, buschauffeurs en andere dienstverleners het best vooraf kan worden verrekend in de reissom, zodat het eeuwige fooiendilemma de onbekommerde vakantie niet meer hoeft te verstoren.

Bijna alle respondenten worstelen er tijdens hun vakantie mee, willen in het buitenland niet voor Hollandse krentenkakkers worden versleten, maar willen ook liever niet uitgeknepen worden door net iets té bijdehante reisagenten, die de lokale gewoonten kennen en wel even zullen voorschrijven wat de toerist ’moet geven’. Vooral de gang van zaken op veel luxecruiseboten, waar reizigers tegen het einde van hun verblijf onvoorzien dikwijls vele honderden euro’s aan tipgeld op hun rekening vinden, valt bij menigeen verkeerd.

Een tip is een vrijwillige blijk van waardering die nooit en te nimmer verplicht mag worden gesteld, mailen mij zeer velen. Ook de hoogte van de tip kan niet door anderen worden vastgesteld, zo schrijven veel lezers mij: ’Dat gaat een ander tenslotte niks aan!’ Over tipgeld in Nederland zijn de meeste lezers het wonderwel eens: zij geven alleen fooi bij grote tevredenheid over de service. Maar die is in Nederland meestal bedroevend en dat zijn dus ook de tips. Velen noemen de prijzen in de horeca ’vaak absurd hoog’. Het kan niet anders dan dat de fooi daar al bij in zit”, zo verwoordt een lezer zijn gevoelens.

Gierig
Vooral over de fooien in landen zoals Thailand, Indonesië, Turkije, Egypte en ook andere vooral Aziatische en Afrikaanse vakantielanden waar dienstverleners dikwijls mede afhankelijk zijn van douceurtjes, lopen bij sommigen de emoties hoog op. Veel lezers constateren tijdens hun vakantie met afschuw dat ’anderen’ te gierig zijn om maar een dubbeltje achter te laten, bijvoorbeeld voor het kamermeisje, maar zij vinden desondanks dat mensen niet verplicht mogen worden om te tippen. Een fooi is tenslotte een spontaan extraatje, een vrijwillige beloning voor een bijzondere prestatie, een aanmoedigingspremie die niet kan worden afgedwongen.

Nogal wat lezers wijzen mij erop dat bij groepsreizen, wanneer er tevoren een vast bedrag voor fooien is afgerekend, onderweg toch nog tal van lokale medewerkers telkens hun hand ophouden. Uiteindelijk betaal je dan dubbel, want je laat zo’n bell-boy die net je koffer naar de kamer heeft gebracht, niet met lege handen staan”, zo las ik in een van de reacties. Wij trekken van onze immense rijkdom de wereld in, gaan op vakantie bij mensen die nooit van hun leven bij ons kunnen komen”, mailt mij een lezeres. Daarom is tijdens vakanties mijn énige zorg dat ik niemand tekort doe.”

jvnoord@telegraaf.nl

Bron: Telegraaf.nl

Land van de glimlach nijdig op Cambodja

De spanning tussen Thailand en Cambodja loopt hoog op. De Thaise media raken niet uitgepraat over de provocaties van de Cambodjaanse premier Hun Sen, net voor een regionale top in het Thaise Cha-am. De soldaten aan de omstreden grens tussen de twee landen houden hun vinger nu nog een beetje dichter bij de trekker.

Net voor het begin van de top van de Associatie van Zuidoost-Aziatische Landen (Asean) op 23 oktober in Cha-am, liet Hun Sen weten dat de voormalige Thaise premier Thaksin Shinawatra welkom is in Cambodja. De nog altijd populaire Thaksin werd in 2006 door een coup van de macht verdreven in Bangkok en leeft in ballingschap. Hij werd in Thailand veroordeeld wegens belangenvermenging. Hun Sen zei dat Cambodja Thaksin niet zou uitleveren als Thailand daar om vroeg.

Vriend en vijand
De Thaise kranten doen nog altijd verontwaardigd over de uitlatingen van de autoritair regerende Hun Sen. De Cambodjaanse premier verklaarde zelfs dat hij Thaksin, een steenrijke magnaat, als economisch adviseur zou inzetten. Thaksin heeft nog altijd veel aanhangers en invloed in Thailand, en popelt duidelijk om terug te keren. Van net over de grens en met de steun van het staatsapparaat van Cambodja, zou hij zich nog meer kunnen mengen in de Thaise politiek. De Thaise regering liet haar ongenoegen duidelijk blijken. “Als Thaksin naar Cambodja verhuist, zal dat een invloed hebben op onze relatie”, verklaarde minister van Buitenlandse Zaken Kasit Piromya tijdens een persconferentie in Cha-am. Kasit maakt samen met premier Abhisit Vejjajiva deel uit van een coalitieregering die vorig jaar met steun van het Thaise leger een bewindsploeg van Thaksin-bondgenoten afloste. Die vorige regering was in december 2007 door democratische verkiezingen aan de macht gekomen. Voor de andere acht lidstaten van de Asean is de zaak vervelend. De regionale organisatie probeert zich niet te mengen in interne aangelegenheden van haar leden. De Asean gaat er ook officieel van uit dat ze geen geschillenmechanisme nodig heeft omdat alle leiders naar regionale vrede streven.

Grensgeschillen
Een dergelijk mechanisme zou wel nuttig zijn om de spanningen tussen Cambodja en Thailand te temperen. De twee landen gebruiken verschillende landkaarten en zijn het niet eens over het precieze verloop van hun 800 kilometer lange grens. De grootste twistappel is een hindoetempel uit de tiende eeuw, Preah Vihear. De Franse kolonisten in Cambodja eisten de tempel voor zich op, maar toen de Fransen vertrokken, bezetten Thaise troepen de plaats. Thailand gaf Preah Vihear terug aan Cambodja na een uitspraak van het Internationaal Gerechtshof in 1962, maar sindsdien beloeren troepen van de twee landen elkaar in de met mijnen bezaaide omgeving van de tempel.

Thaise nationalisten reageerden vorig jaar woedend toen het Werelderfgoedcomité bevestigde dat Preah Vihear aan Cambodja toebehoort. Thailand en Cambodja voerden hun troepensterkte rond het omstreden gebied op. Bij een vuurgevecht in april kwamen drie mensen om. In september droeg Hun Sen zijn soldaten op meteen het vuur te openen als er Thailanders illegaal de grens overstaken.

De Cambodjaanse minister van Buitenlandse Zaken Hor Namhong eiste dat het grensdispuut ook op de agenda van de Asean-top in Cha-am zou komen, maar gastland Thailand verhinderde dat. Eerder had Cambodja de zaak wel gerapporteerd aan de VN-Veiligheidsraad. De andere lidstaten van de Asean waren daar niet gelukkig mee.

Bron: MO.be